Zijairbags
Airbags voor en zijairbags behoren inmiddels tot de standaarduitrusting van auto’s. Bij een aanrijding worden de airbags binnen 10 tot 40 milliseconden opgeblazen en voorkomen zo dat de inzittenden tegen harde auto-onderdelen botsen.
Zodra het airbagsysteem door middel van zijn crashsensoren een voor de inzittenden mogelijk gevaarlijke botsing detecteert, worden de airbags meteen geactiveerd. De zijairbags zijn afhankelijk van het autotype in de stoel of in het deurpaneel ingebouwd. Als ze worden geactiveerd, ontvouwen ze zich tussen de stoel en het deurpaneel, zodat bij een aanrijding van opzij ernstig letsel aan de borstkas wordt voorkomen.
Momenteel zijn zijairbags meestal alleen voor de inzittenden op de voorstoelen verkrijgbaar. Voor de passagiers achterin zijn zijairbags bijna nooit beschikbaar. Bij auto’s die door hun vorm geen hoofdairbags hebben, zoals cabrio’s, worden de zijairbags tot op hoofdhoogte opgeblazen, zodat het hoofd beschermd wordt tegen ernstig letsel.
Om een voortijdige of ongewilde activering van de airbags te voorkomen, worden deze van extra druksensoren voorzien. Deze sturen naast de versnellingssensoren ook de activering van de airbags aan. Voor stoelen met geïntegreerde zijairbags kunnen alleen bepaalde stoelhoezen gebruikt worden.
De airbag moet letsel bij ongelukken voorkomen. Het is echter absoluut geen vervanging van de veiligheidsgordel. De gordel is nog steeds nummer 1 als het gaat om het voorkomen van ernstig letsel of de dood van inzittenden. Het gebruik van airbags verhoogt statistisch gezien de kans op het overleven van een ongeluk met 30 procent. Dit is echter alleen het geval als de inzittenden van de auto ook een gordel dragen.
Bij het gebruiken van airbags dient rekening te worden gehouden met enkele belangrijke punten. Een omgekeerd babyzitje mag alleen op de voorstoel gezet worden als de airbag voor de bijrijder is uitgeschakeld. Als dit niet mogelijk is, moet het babyzitje op de achterbank worden neergezet. Indien mogelijk is het beter als er geen obstakels tussen de airbag en de inzittenden zitten, omdat deze bij activering van de airbag gevaarlijke projectielen kunnen worden. Erg kleine mensen moeten een afstand van 25 centimeter bewaren tot aan een stuurwiel met airbag.