Vierwielaandrijving
Vierwielaandrijving, ook bekend als 4WD (vanuit het Engels four wheel drive), heeft in de afgelopen decennia grote technologische ontwikkelingssprongen gemaakt en is ook steeds meer in alledaagse auto’s te vinden. De technologie van voertuigen met vierwielaandrijving kan bogen op een lange geschiedenis, al vanaf het moment dat motorvoertuigen ontwikkeld werden.
Belangrijke impulsen voor de ontwikkeling van voertuigen met vierwielaandrijving werden gegeven door expedities en de militaire behoefte aan voertuigen die op onverhard terrein kunnen rijden. Het begon met eenvoudige, inschakelbare systemen die ervoor zorgden dat een voertuig zich aan extreme omstandigheden kon aanpassen. Deze zuiver praktische toepassingen domineerden een lange tijd, totdat deze tractievorm ook in de racesport succesvol werd ingevoerd en als gevolg daarvan ook steeds meer in personenauto’s te vinden was. Zelfs in tweewielers werden zulke aandrijftechnieken uitgeprobeerd, met goede resultaten.
We kunnen bij personenauto’s onderscheid maken tussen verschillende principes met permanente en inschakelbare aandrijving. Bij de laatstgenoemde wordt bij normaal gebruik één as aangedreven en pas als het nodig is wordt de tweede as met een koppelsysteem ingeschakeld. Dit kan handmatig maar ook automatisch met een viscokoppeling of een lamellenkoppeling. Daarbij kan het antislipsysteem van de wielen via de remingreep geregeld worden, zonder dure en zware voor- en achterasdifferentiëlen te hoeven gebruiken.
Bij een permanente vierwielaandrijving is minstens een differentieel aan elke as nodig, een centraal differentieel (bv. Torsen, Haldex) verdeelt de belasting tussen de assen. Deze automatische koppelingen en afsluitingen worden tegenwoordig meestal elektronisch aangestuurd door verschillende belasting- en dynamiekparameters en maken een variabele krachtverdeling mogelijk.
Naast de zuiver praktische toepassingen biedt de vierwielaandrijving ook bij personenauto’s belangrijke tractievoordelen en, samen met de positiecontrole, meer veiligheid. De stabiliteit van het voertuig wordt groter, maar de fysica laat zich daar niet door afremmen.