V8
De V8 is een 8-cilinder V-motor. De cilinders zijn hierbij niet in één rij opgesteld, maar in twee rijen, die in een bepaalde hoek tegenover elkaar zijn opgesteld. Elke rij bevat vier cilinders bij de V8. De meeste motoren met meer dan vier cilinders worden als V-motoren vormgegeven. Dit heeft meerdere voordelen. Ten eerste bespaart deze constructie heel veel ruimte. Op die manier kunnen krachtige motoren ook in kleine motorruimten geplaatst worden. Ten tweede wordt de stabiliteit aanzienlijk vergroot. Dit is te danken aan de beduidend kortere krukas. Hierdoor krijgen onaangename en voor de motor zelfs schadelijke trillingen veel minder kans. De krachtverdeling op de krukas is bij een V-motor veel gelijkmatiger.
De rijen cilinders in een V-motor staan over het algemeen
in een hoek van 45 tot 90 graden tegenover elkaar. Theoretisch zijn hoeken tot 180 graden mogelijk.
Dat is altijd afhankelijk van waar de motor zal worden geïnstalleerd. De cilinderrijen zijn altijd wat
verschoven ten opzichte van elkaar opgesteld. De reden daarvoor is dat de drijfstangen een bepaalde
ruimte nodig hebben. Een belangrijk criterium voor een grotere stabiliteit is een gelijkmatige ontstekingsafstand.
Bij een V8 met een hoek van 90 graden bedraagt de ontstekingsafstand eveneens 90
graden. Daardoor hebben V8-motoren een bijzonder grote stabiliteit. Omdat bij een viertaktmotor slechts
bij elke tweede omwenteling een ontsteking plaatsvindt, is de optimale ontstekingsafstand te bereken
door de formule: 720 graden gedeeld door het aantal cilinders.
De constructie van een
V-motor is veel complexer. Voor elke cilinderrij is een aparte nokkenas nodig. Een groot probleem bij V-motoren is, dat de uitlaatbuizen door het ontwerp heel dicht bij de inlaatbuizen
liggen. Hierdoor kan een opeenhoping van warmte ontstaan, waardoor de inlaatlucht sterk verhit wordt.