Spoorstang
De tot de stuurinrichting behorende spoorstang heeft de taak om beide aslichamen van de vooras identiek in het rijrichtingspoor te houden en de stuurbewegingen direct op hen over te brengen. Er is een rechter- en een linkerspoorstang, die beide deel uitmaken van de stuurinrichting.
De spoorstang zelf bestaat uit een schroefstang van diverse lengtes, afhankelijk van de gebruikte stuurinrichting, en een einddeel, het zogenaamde spoorstangeind. Er zijn talrijke uitvoeringen van spoorstangen en spoorstangeinden. Het binnenstuk van de spoorstang wordt direct in het hydraulische lichaam van de stuurinrichting geschroefd, het spoorstangeind zit door middel van een kogel draaibaar in het aslichaam.
Om beide aslichamen nauwkeurig te sporen is het noodzakelijk om de spoorstangeinden af te stellen. De spoorstangkop, zoals het spoorstangeind ook wel genoemd wordt, kan op verschillende posities op de spoorstang worden geplaatst. Een juiste afstelling hangt af van het feit of het voertuig een correct spoor laat zien, oftewel of beide aslichamen precies parallel aan elkaar zijn.
Is het spoor fout afgesteld, dan laten de wielen van het voertuig een zogenaamde voor- of naspoor zien, ze staan dan van voren of van achteren dichter bij elkaar. Dit heeft een negatief effect op de slijtage van de banden.
Omdat de spoorstangen vanwege de directe verbinding tussen stuurinrichting
en aslichamen worden blootgesteld aan continue beweging tijdens het rijden, zijn ze erg gevoelig voor
slijtage. Vooral
rond de buitenste stuurkogel voor de aslichamen treden snel tekenen
van slijtage op. Een eerste indicatie van versleten spoorstangkoppen is een toenemende speling in het
stuur. De spoorstang zelf kan bij vervanging van de spoorstangeinden behouden blijven en wordt normaliter
ook niet aangepast of gedemonteerd. Alleen bij een defect in een van beide schroefstukken, bijvoorbeeld
na een ongeluk, moet de spoorstang vervangen worden.