Richtingaanwijzer

Richtingaanwijzer

Richtingaanwijzers zijn verplicht om op een motorvoertuig te hebben. Aan de beide zijden van een voertuig moeten twee richtingaanwijzers zitten, die tegelijktijdig knipperen. Voertuigen die langer zijn dan 6 meter moeten ook aan de zijkant een extra knipperend licht hebben. Richtingaanwijzers moeten een gele of oranje kleur hebben, en de bestuurder moet met een controlelampje kunnen zien of de richtingaanwijzers aanstaan of niet.

Richtingaanwijzers moeten ruim voor het nemen van een afslag, of het wisselen van rijbaan aangezet worden. Hiermee worden andere weggebruikers op de hoogte gesteld van de voorgenomen koerswijziging. Na een bocht slaat bij de meeste auto’s de richtingaanwijzer automatisch weer uit. Bij het stilstaan op de rijbaan moet de alarmverlichting aanstaan. Dit betekent dat dan alle richtingaanwijzers tegelijk aangaan. Hierdoor kunnen andere weggebruikers anticiperen op een onverwachte situatie. Bij nieuwere auto’s wordt bij vol remmen de alarmverlichting automatisch ingeschakeld.

De richtingaanwijzerinstallatie bestaat uit een aantal componenten. De knipperinstallatie functioneert door middel van de spanning van de accu. In deze installatie zit een relais dat er voor zorgt dat het knipperen ongeveer 90 keer per minuut gebeurt. Het licht wordt ingeschakeld door middel van een stengel die zich achter het stuur, aan de stuurkolom bevind. Dit zorgt ervoor dat er contact gemaakt wordt en het licht gaat knipperen. Ook een aanhanger moet richtingaanwijzers hebben. Hiervoor zit een aansluiting in de buurt van de trekhaak.

 

Begrippen

0-9
A
B
C
D
E
F
G
H-J
K
L
M
N
O-Q
R
S
T
U-V
W-X
Y-Z
 
Zoeken
Merk
Model