Regensensor
Met een regensensor kan men vaststellen of het regent en hoeveel regen er valt. De regensensor registreert de toestand van zijn directe omgeving en onderneemt actie indien nodig. De bekendste toepassing van regensensoren is de aansturing van de autoruitenwissers.
De sensor wordt meestal aan de binnenkant van de ruit gemonteerd, bijvoorbeeld in de sokkel van de achteruitkijkspiegel. De regensensor is uitgerust met meerdere infrarode ledlichten en een centrale fotoledlamp. Het vanuit de ledlichten uitgestraalde licht wordt door de voorruit weerkaatst op de fotosensor. Hoe dichter de waterdruppels op de voorruit druppelen, hoe minder licht de sensor kan ontvangen. Deze waarden worden doorgegeven aan de besturingselektronica, die deze waarden beoordeelt en de wisfrequentie van de ruitenwissers hierop afstemt.
De gevoeligheid van de regensensor kan via een keuzeschakelaar naar wens worden aangepast. Bij zwaardere regenval schakelt de regensensor over van interval- naar continu wissen. Bij een wolkbreuk schakelt de regensensor direct over op de maximale wissnelheid. Bij afnemende regen neemt de snelheid automatisch weer af.
Een regensensor wordt zo ontworpen dat hij kleinere schade of vuildeeltjes op de voorruit negeert, zodat deze de werking niet beïnvloeden. De regensensor betekent zo gemak en veiligheid voor de bestuurder. Hij hoeft zich niet druk te maken om een plotselinge regenbui en kan volledig vertrouwen op de regensensor.
De nieuwste generatie regensensoren zijn te combineren met extra functies. Met een extra omgevingslichtsensor kan hij zelfs de bediening van de autoverlichting overnemen. Het dimlicht wordt dan in het donker of bij het inrijden van een tunnel, zonder handeling van de bestuurder, ingeschakeld en bij het uitrijden van de tunnel weer uitgeschakeld.