Raceauto’s
In principe onderscheidt men twee soorten voertuigen: aan de ene kant de wat saaie standaardauto’s voor dagelijks gebruik en aan de andere kant auto’s die alleen worden gemaakt om een zo snel mogelijke rondetijd te kunnen behalen. Dit zijn raceauto’s.
Raceauto’s mogen meestal niet meer op de openbare weg komen, maar beschikken alleen nog over een zogenaamde wagenpas, die doorgevoerde wijzigingen documenteert en toestemming geeft om de raceauto op racecircuits te mogen gebruiken. Als basis van een raceauto zijn er in principe twee verschillende mogelijkheden: er kan een bestaande standaardauto gebruikt worden waarvan het gewicht omlaag wordt gebracht, waaraan een rolbeugel wordt bevestigd en die vaak nog verder wordt aangepast voor het circuit. De andere optie is een raceauto die direct als raceauto is ontworpen op de tekentafel. Men spreekt dan over een zogenaamde prototype raceauto. Deze methode heeft het voordeel dat men het te creëren voertuig sportiviteit kan geven zonder compromis, terwijl men bij een standaardauto als basis altijd compromissen moet sluiten.
Voorbeelden van prototype raceauto’s zijn alle formule-1-auto’s en de auto’s in de LMP1- en LMP2-klasse in Le Mans. Raceauto’s die gebaseerd zijn op standaardauto’s zijn bijvoorbeeld de cupauto’s die bijna alle grote autofabrikanten aanbieden.
Raceauto’s worden voor zeer verschillende doeleinden ontwikkeld en gebouwd: voor het racecircuit, voor een rallyparcours en zelfs voor bergraces, die op afgezette openbare wegen worden gehouden.