Koeling
Voor een perfecte werking van een auto is deze uitgerust met een koeling. Als dat niet het geval zou zijn, zou de motor binnen enkele minuten oververhit raken met als gevolg motorschade.
De koeling is dus een onmisbaar basisonderdeel. Als de auto met koude motor gestart wordt, wordt ook het koelcircuit in gang gezet. Eerst, bij een koude motor, wordt een klein koelcircuit met een beetje water in werking gezet, om de motorolie te koelen. Zodra dit kleine koelwatercircuit een temperatuur tussen de 80 en 90° C bereikt, komt de thermostaat in het spel: mechanisch wordt overgeschakeld op een groter koelwatercircuit. Zo wordt het koelere water langzaamaan mee opgewarmd en koelt het grote circuit de motorolie.
Vanuit de koeling en binnen in de koeling lopen meerdere waterhoudende slangen, de zogenaamde radiatorslangen. Vanwege hun samenstelling uit rubber en stof kan het gebeuren dat de radiatorslangen na verloop van tijd poreus worden en barsten krijgen of dat hun uiteinden opzwellen en gaan lekken. Dat is te herkennen aan plassen water die onder een stilstaande auto gevormd worden of aan een snelle stijging van de watertemperatuur van het ene op het andere moment. Als zo’n temperatuurstijging zich tijdens de rit voordoet, kun je dit het beste meteen grondig onderzoeken. Open nooit meteen de dop van de vulopening van het koelwaterreservoir als de motor warm is, want de hete stoom komt dan heel snel op je af.
Een andere oorzaak voor een lek is de koeling zelf; omdat deze meestal van aluminium gemaakt is, kan hij in de loop der tijd gaan roesten en lekken. Als zware roest de afzonderlijke koelribben van de koeling al heeft aangetast, dan is een vervanging van de koeling meestal noodzakelijk, omdat anders uiteindelijk wel waterverlies optreedt. Een koeling blijft echter over het algemeen vele jaren goed voordat hij door roest wordt aangetast. In de winter dien je eraan te denken om steeds genoeg antivriesvloeistof aan het koelwater toe te voegen, omdat het water anders kan bevriezen.