CDI - Common Rail Diesel Injectie
Vanaf 1990 zijn er luxewagens met direct ingespoten dieselmotoren verkrijgbaar. Dit type motor heeft een hoog vermogen, maar de motorloop is ruw en lawaaiig. Deze eigenschappen hebben niet verhinderd dat dit type motor zich populair heeft gemaakt.
Met de commonrail-inspuiting is de directe inspuiter wel een beetje getemd in zijn ruige eigenschappen. De efficiëntie werd verbeterd, en de draai-eigenschappen soepeler. De tractorassociaties van voorheen zijn verdwenen. Commonrail-inspuiting is het modernste injectiesysteem dat verkrijgbaar is. Dit systeem is gebaseerd op een ontkoppeling van de injectoren en de drukpomp. Hierdoor kan de pomp gelijkmatig druk opbouwen en houden. Dit verminderd de slijtage en de geluidsontwikkeling. De druk kan wel 1600 bar zijn, en dit zorgt er voor dat de uitstoot van roetpartikelen sterk daalt.
De diesel word in een rail, de common-rail gepompt, en daarmee beschikbaar voor alle injectoren. De druk in de commonrail kan aangepast worden tussen de 250 en 1600 bar, afhankelijk van het toerental en de belasting. De injectoren worden aangestuurd door een elektromagnetisch ventiel of een piëzo-eenheid. Per omwenteling kunnen deze ventielen tussen de drie en zeven maal brandstof in de verbrandingskamer spuiten.
De hoeveelheid brandstof word in drie fasen ingespoten. In de eerste fase wordt er een kleine hoeveelheid ingespoten waarmee de verbranding begint. Hierdoor wordt het typische nagelen van direct ingespoten diesels verminderd. Daarna volgt de hoofdinspuiting, die er voor zorgt dat de motor draait. De na-inspuiting kan niet meer verbranden in de cilinder, maar heeft een gunstig effect op de uitstoot. Met de katalysator zorgt dit voor een verminderde uitstoot van stikstofoxide.