Bobine
Een bijzondere positie in de voertuigelektronica neemt de bobine in. Zij wekt een benzinemotor tot leven. Om ervoor te zorgen dat de ontsteking van het brandstofmengsel binnen in de motor kan plaatsvinden, moeten de bougies dit mengsel op het juiste moment ontsteken. Omdat de bougies enkel passieve componenten zijn, moet een andere component de actieve kant op zich nemen.
Dit actieve element is de bobine. Het is haar taak om uit de boordnetspanning van 12 volt een ontstekingsspanning van meer dan 10.000 volt op te wekken.
In de loop der tijd maakten ontstekingssystemen een geleidelijke verdere ontwikkeling door; er werden vele verschillende concepten uitgeprobeerd. In haar basisfunctie werkt elk ontstekingssysteem echter volgens hetzelfde principe.
Een bobine bestaat uit twee gescheiden spoelen, de primaire en de secundaire spoel, die een ijzeren kern bevatten. De spanning van het boordnet grenst aan de primaire spoel en door een inductieproces ontstaat in de secundaire spoel een erg hoge ontstekingsspanning, die via een hoogspanningskabel naar de afzonderlijke bougies geleid wordt.
Bepaald door de constructie van een ontstekingssysteem zijn er verschillende soorten bobines. Dit hangt zowel af van de soort ontstekingsverdeler als van de ontstekingsintervallen. Deze intervalproductie kan zowel via een ontstekingsonderbreker als via een elektronische schakelaar plaatsvinden.
Vroegere uitvoeringen van ontstekingssystemen beschikten over een ontstekingsonderbreker en een mechanische verdeler, de zogenaamde ontstekingsverdeler. Hierin zat een roterend verdelercontact die de grenzende ontstekingsspanning na elkaar over de afzonderlijke bougies verdeelde. Omdat een ontstekingsverdeler gevoelig is voor mechanische slijtage, werden andere ontstekingssystemen ontwikkeld. Ook nemen bij motoren met meerdere cilinders de afzonderlijke bobines erg veel ruimte in.
Moderne bobines worden niet meer via een onderbrekingscontact aangestuurd, maar ontvangen een elektronische impuls, die de ontstekingscyclus inschakelt. Een mechanische ontstekingsverdeler ontbreekt bij zulke systemen. In plaats daarvan worden de bougies elk via een afzonderlijke ontstekingsgeleider direct door de bobine van hoogspanning voorzien.
Ook zulke bobines zijn er in verschillende vormen. Men onderscheidt enkele bobines en dubbele bobines, compacte bobines en autonome systemen zonder hoogspanningsgeleider. Compacte bobines worden direct boven de bougies als een lange component vastgezet. De bougiecontactstoppen zijn meteen in zo’n component geïntegreerd. Ook bij autonome systemen zit direct op de bougie zo’n module, waarbij elke bougie over een eigen ontstekingsmodule beschikt. Deze bobines laten alleen nog een laagspanningsaansluiting zien; de hoogspanningskant is niet meer zichtbaar.