Automaat
Eenieders grote nachtmerrie tijdens de rijles is de koppeling. Het is niet moeilijk om gas te geven en te versnellen. De moeilijkheid van het autorijden zit hem in het schakelen. Er zijn weinig bestuurders die hun auto nooit af hebben laten slaan omdat deze in de verkeerde versnelling stond.
Om deze reden stappen steeds meer chauffeurs over op een automatische transmissie. Op die manier hoeft alleen nog maar gas gegeven, geremd en gestuurd te worden. De automaat bestaat al tientallen jaren, maar is de laatste tien jaar gigantisch gestegen in de verkoop. Dit is een gevolg van de stijging van het verkeer in de laatste tien jaar. Een onderscheid wordt gemaakt tussen drie types van automatische transmissies: de halfautomatische transmissie, de zogenaamde directe versnellingsbak en tot slot de zeer comfortabele continu variabele transmissie.
Een halfautomatische versnellingsbak is een systeem waarbij de schakelingen geregeld worden door elektronische sensoren op bevel van de bestuurder. Het grote verschil tussen een handgeschakelde transmissie en een halfautomatische versnellingsbak is dat er bij de laatste geen koppelingspedaal in de auto te vinden is. De halfautomatische transmissie wordt niet gebruikt voor sportauto’s.
Sinds enige tijd wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van de zogeheten direct shift gearbox (dsg). Deze heeft twee koppelingen, één voor de oneven versnellingen en één voor de even versnellingen. Ten gevolge hiervan schakelt deze automaat niet steeds naar een andere versnelling, maar schakelt hij op de andere koppeling over. Hierdoor kan snel geschakeld worden. De schakeling is nauwelijks merkbaar en onderbreekt de trekkracht niet.
De meest prettige optie is de continu variabele transmissie, die Audi aanbiedt onder de naam multitronic. Er zijn hierbij geen individuele versnellingen meer en de motor draait continu het perfecte aantal toeren.