Achterklep

Achterklep

Een achterklep wordt gebruikt om de kofferruimte van een stationwagen in- of uit te laden. De klep bevindt zich, zoals het woord al zegt, aan de achterkant van het voertuig. De achterklep is met scharnieren bevestigd aan de dakconstructie van de auto. Daardoor kan de klep naar boven geopend worden.

Om te voorkomen dat het hele gewicht van de achterklep omhoog moet worden gehouden, wordt het openingsproces ondersteund door gasdrukveren. Deze houden de geopende achterklep op zijn plek, zodat deze niet extra ondersteund moet worden. Aan de onderkant van de achterklep bevindt zich het sluitmechanisme.

Bij nieuwere auto’s is het slot van de achterklep geïntegreerd in de centrale vergrendeling. Over het algemeen heeft het slot wel een aparte ontvanger, zodat men de achterklep kan openen zonder de autodeuren te openen. Bij voertuigen in de hoogste klasse is de achterklep zelfs volledig op afstand te openen en sluiten. Bij oudere auto’s wordt de achterklep met de autosleutel geopend. Vaak bevindt zich binnen in de auto ook een hendel, die via een zogenaamde bowdenkabel (flexibele kabel) het slot opent.

In de achterklep bevindt zich ook de achterruit. Bij stationwagens treedt snel het verschijnsel op dat bij regenachtig weer de achterruit volregent, waardoor het zicht naar achteren minder wordt. Daarom is aan de achterklep direct onder de achterruit de achterruitenwisser aangebracht. Meestal bevindt zich daar ook een sproeier voor de ruitenwisservloeistof. Bij moderne auto’s is direct achter de ruit het derde remlicht geplaatst.

Aan de onderkant van de achterklep is plek voor het nummerbord. Bij sommige automodellen zijn ook de achterlichten bevestigd aan de achterklep. Langs de opening van de achterklep zit een rubberen sluitstrip, zodat er bij een gesloten achterklep geen nattigheid in de auto kan komen.

 

Begrippen

0-9
A
B
C
D
E
F
G
H-J
K
L
M
N
O-Q
R
S
T
U-V
W-X
Y-Z
 
Zoeken
Merk
Model